Academie Muziek en Woord AMW MOL

Optie oude muziek study-close-button

 

Voor wie?

Voor leerlingen die de tweede graad of de voormalige lagere graad beëindigd hebben of slagen tijdens een toelatingsperiode.

 

Wat?

Leerlingen maken een keuze uit het aanbod van opties en volgen gedurende 3 schooljaren wekelijks 3 lestijden de lessen van de gekozen optie.

 

Jongeren volgen verplicht het vak Muzieklab in het eerste jaar van de derde graad

en hebben dus geen keuzevak in 3.1. Vanaf het tweede jaar volgen zij een keuzevak uit het aanbod. Muzieklab wordt aangeboden in drie stijlvariaties:

Muzieklab:klassiek, Muzieklab:jazz-pop-rock en Muzieklab:dj

 

Inhoud :

De optie Oude muziek omvat drie leerjaren in de derde en drie leerjaren in de vierde graad.

In de derde graad volgen de leerlingen drie verschillende vakken waarvan een keuzevak.

In de vierde graad volgen de leerlingen twee verschillende vakken waarvan een keuzevak.

 

INSTRUMENT

Tijdens de lessen van de oude muziek-instrumenten leren we alle technieken en vaardigheden die nodig zijn om een muziekinstrument muzikaal en technisch te beheersen. We hebben aandacht voor houding, beheersing, techniek, toonvorming, snelheid, muzikaliteit, ademhaling, afwerking, interpretatie, stijlen…

Vanzelfsprekend komt het genre van de oude muziek, van Middeleeuwen tot barok in deze lessen aan bod.

Je hebt de keuze uit de volgende instrumenten van de oude muziek:

Zie de lijst muziekinstrumenten: instrumenten

Let op: Zang is ook een muziekinstrument.

 

GROEPSMUSICEREN INSTRUMENTAAL

In de lessen groepsmusiceren instrumentaal oude muziek ondervind je hoe plezant samen musiceren kan zijn. De lesgroepen zijn meestal homogeen samengesteld met leerlingen die hetzelfde of een verwant instrument bespelen. De lessen worden gegeven door een betrokken instrumentleraar die je ook advies geeft bij het bespelen van het instrument. De belangrijkste aandachtspunten zijn: luisteren naar elkaar, homogeniteit in klankvorming, aandacht voor tempo en dynamiek, harmonische samenklank, intonatie en stijlinterpretatie.

Naast het specifieke repertoire uit de oude muziek leer je nog andere aspecten van samenspelen: zelf leren stemmen, tekens en inzetten aangeven aan de andere muzikanten, onderling afspraken maken in verband met de interpretatie van de (oude)partituur, diverse stemmingen… Zo kan je na je studies blijven in groep spelen zonder de leidende hand van de leraar.

In onze academie zijn de volgende ensembles actief waar oude muziek kan aan bod komen:

  • - Blokfluitensemble
  • - Cello-ensemble
  • - Dwarsfluitensemble
  • - Gitaarensemble
  • - Strijkersensemble

 

GROEPSMUSICEREN VOCAAL

In de lessen groepsmusiceren vocaal oude muziek wordt gezongen in koor of in vocale ensembles waarbij de bezetting kan variëren van kleine naar middelgrote groepen naargelang het genre en de stijlperiode van het repertoire.

Ieder individu is bepalend voor de totaalklank van het koor of het ensemble. Daarom is een doordacht en correct stemgebruik voor elke zanger van groot belang. Niet enkel moet een stem de nodige technische kwaliteiten weten te vertalen in een bepaalde klankkleur, ook moet deze zich aanpassen aan de medezangers om op die manier een homogene klank te realiseren.
Zo wordt een individu een groep, en is voor het publiek de auditieve en daaraan gekoppelde visuele uitstraling meteen merkbaar. Projectmatige optredens leiden tot een duidelijk afgebakend stilistisch geheel waarin naast vocaal technische elementen ook veel aandacht wordt besteed aan een correcte en stijlgetrouwe uitvoeringspraktijk naast een verzorgd taalgebruik.
Vocaal groepsmusiceren is niet alleen een zeer organisch gebeuren, maar overstijgt het individuele van de individuele zangles.

Het repertoire omhelst de ganse vocale muziekgeschiedenis van de oude muziek, de mooiste religieuze en profane koorwerken, het bekende en minder bekende oratoriumgenre, tot aangrijpende opera-scènes.

 

MUZIEKLAB: klassiek

In de lessen Muzieklab van de derde graad klassiek bouwen we verder op alles wat je in de lessen Muziekatelier van de tweede graad hebt geleerd. Maar weet jij hoe je een barokstuk speelt? Hoe een componist met muziek zijn verhaal vertelt? Wat schrijft hij op de partituur zodat wij zijn verhaal verder kunnen vertellen? Wie zijn de drie grote B’s? Bach, Beethoven en Brahms. Die kennen we wel. Maar ook Berlioz, Bruckner, Bartok, Britten en Boulez. Om er maar enkele te noemen. Hoe snel is allegro en hoe langzaam is lento? Weet jij welk instrument je in de gaten moet houden als de dirigent zegt dat je samenspeelt met een eufonium, een basklarinet of een altviool? Wat betekenen de talloze muzikale afkortingen? Hoor jij het verschil tussen iets dat vals dan wel dissonant klinkt? Ooit al gehoord van een concertmeester? En waarom gebruikt een dirigent een dirigeerstokje? Kan je de renaissance, de romantiek of het expressionisme situeren in de tijd? Wil je graag de muziek uit deze stijlperiodes leren kennen? Of ben je ook geïnteresseerd om eens even over het muurtje te kijken naar andere stijlen en genres zoals jazz-pop-rock, oude muziek, folk- en wereldmuziek, experimentele muziek enz…?

Natuurlijk wil je dat! Na een jaar kan je al op deze en zo veel meer vragen het antwoord weten. Na het eerste jaar heb je de mogelijkheid de lessen Muzikale en culturele vorming: klassiek – want deze is de officiële benaming van het vak Muziekatelier – gedurende twee jaren verder te zetten. Je kan ook opteren voor een ander keuzevak. Ook daarop willen we je in deze lessen voorbereiden. Deze praktische kennis maakt van jou vast en zeker een betere muzikant!

Op tijd en stond verlaten we het klaslokaal voor enkele activiteiten: gezamenlijke concertbezoeken , een uitstap naar de opera of een concertgebouw, het Instrumentenmuseum, orgel- of beiaardbezoek, het bijwonen van een orkest- of koorrepetitie enz.


Verder volg je nog een keuzevak, je hebt de keuze uit :