Academie Muziek en Woord AMW MOL

Optie folk-en wereldmuziek study-close-button

Voor wie?

Voor leerlingen die de tweede graad of de voormalige lagere graad beëindigd hebben of slagen tijdens een toelatingsperiode.

 

Wat?

Leerlingen maken een keuze uit het aanbod van opties en volgen gedurende 3 schooljaren wekelijks 3 lestijden de lessen van de gekozen optie.

 

Jongeren volgen verplicht het vak Muzieklab in het eerste jaar van de derde graad

en hebben dus geen keuzevak in 3.1. Vanaf het tweede jaar volgen zij een keuzevak uit het aanbod. Muzieklab wordt aangeboden in drie stijlvariaties:

Muzieklab:klassiek, Muzieklab:jazz-pop-rock en Muzieklab:dj

 

Inhoud?

Folk staat garant voor musiceerplezier! Samen spontaan muziek maken en dansen, liederen en melodieën doorgeven - ook op het gehoor - is eigen aan deze levendige stijlrichting. En dat gebeurt over de generaties heen, jong en oud beleeft plezier aan de creatieve manier van spelen, zingen en begeleiden.

Folk- en wereldmuziek ervaren we als aangenaam, onderhoudend en niet te zwaar op de hand. 

In de derde graad volg je, naast instrumentles, ook het vak groepsmusiceren (instrumentaal of vocaal) of begeleidingspraktijk. In deze lessen ondervind je hoe fijn het is om in groep te musiceren of te begeleiden.
Er zijn meerdere mogelijkheden die je best bespreekt met je leerkracht of op het secretariaat. Onder bepaalde voorwaarden kan een leerling het vak groepsmusiceren vervangen door leeractiviteiten binnen zijn/haar vereniging. Dit zijn de lessen in de alternatieve leercontext.

 

MUZIEKLAB : klassiek

In de lessen Muzieklab van de derde graad klassiek bouwen we verder op alles wat je in de lessen Muziekatelier van de tweede graad hebt geleerd. Maar weet jij hoe je een barokstuk speelt? Hoe een componist met muziek zijn verhaal vertelt? Wat schrijft hij op de partituur zodat wij zijn verhaal verder kunnen vertellen? Wie zijn de drie grote B’s? Bach, Beethoven en Brahms. Die kennen we wel. Maar ook Berlioz, Bruckner, Bartok, Britten en Boulez. Om er maar enkele te noemen. Hoe snel is allegro en hoe langzaam is lento? Weet jij welk instrument je in de gaten moet houden als de dirigent zegt dat je samenspeelt met een eufonium, een basklarinet of een altviool? Wat betekenen de talloze muzikale afkortingen? Hoor jij het verschil tussen iets dat vals dan wel dissonant klinkt? Ooit al gehoord van een concertmeester? En waarom gebruikt een dirigent een dirigeerstokje? Kan je de renaissance, de romantiek of het expressionisme situeren in de tijd? Wil je graag de muziek uit deze stijlperiodes leren kennen? Of ben je ook geïnteresseerd om eens even over het muurtje te kijken naar andere stijlen en genres zoals jazz-pop-rock, oude muziek, folk- en wereldmuziek, experimentele muziek enz…?

Natuurlijk wil je dat! Na een jaar kan je al op deze en zo veel meer vragen het antwoord weten. Na het eerste jaar heb je de mogelijkheid de lessen Muzikale en culturele vorming: klassiek – want deze is de officiële benaming van het vak Muziekatelier – gedurende twee jaren verder te zetten. Je kan ook opteren voor een ander keuzevak. Ook daarop willen we je in deze lessen voorbereiden. Deze praktische kennis maakt van jou vast en zeker een betere muzikant!

Op tijd en stond verlaten we het klaslokaal voor enkele activiteiten: gezamenlijke concertbezoeken , een uitstap naar de opera of een concertgebouw, het Instrumentenmuseum, orgel- of beiaardbezoek, het bijwonen van een orkest- of koorrepetitie enz.


Verder volg je nog een keuzevak, je hebt de keuze uit :